Google

Eén van de bedrijven die al jaren vooroploopt met deze ontwikkeling is Google. Het afgelopen jaar zagen we het bedrijf al heel veel diensten (of eigenlijk functionaliteiten binnen diensten) aankondigen die gebruikmaken van zelflerende algoritmes. Enkele voorbeelden: Inbox Smart Reply dat voorspelt wat je wilt antwoorden op een e-mail, de nieuwe thumbnailgenerator van YouTube en Google Photos dat herkent wat er op je foto’s staat.Google heeft één groot voordeel: het bedrijf heeft de beschikking over ongelofelijk veel data om algoritmes mee te trainen. Zo gebruikte het onze zoekopdrachten naar afbeeldingen in de zoekmachine om beeldherkenningsalgoritmes te trainen. En als Google niet al onze GMail-berichten kon voeden aan Smart Reply-algoritmes had de dienst nooit bestaan.Het komend jaar zullen we nog heel veel meer van dit soort voorbeelden zien en zullen ze waarschijnlijk ook nóg geavanceerder worden, door verschillende diensten en datastromen samen te voegen. Een paar jaar geleden was er de nodige ophef over nieuwe privacyvoorwaarden die Google toestemming gaf om data van verschillende Google-diensten te combineren. We zien nu waarom dit voor Google zo ongelofelijk belangrijk was en dat heeft (in eerste instantie) nog maar weinig met adverteerders te maken.

Facebook

De andere koning der algoritmes is natuurlijk Facebook. Het bedrijf gebruikte onze data tot nu toe om, door middel van slimme algoritmes, een steeds beter sociaal netwerk te maken, maar dit jaar begon het met de volgende stap: een persoonlijk assistent ingebouwd in een chatapplicatie: Facebook M.Op dit moment wordt M getest onder een kleine groep mensen in de VS. Gebruikers kunnen M allerlei vragen stellen en vervolgens handelt of een algoritme of een mens dat af. De bedoeling is dat uiteindelijk de menselijke operators worden vervangen door algoritmes, maar die moeten eerst verder getraind worden. Twee voordelen van de aanpak van Facebook: je hoeft niet hardop te praten tegen deze persoonlijke assistent (hallo Siri) en hij voelt door de menselijke operators nu al heel slim aan (nogmaals hallo Siri).

Dom

Dit brengt ook meteen het pijnpunt van kunstmatige intelligentie naar voren: we gaan het pas echt veel gebruiken als het echt goed werkt. Apple’s Siri is leuk en handig voor een paar taken, maar over het algemeen gewoon ontzettend dom, waardoor veel mensen het nauwelijks gebruiken. Als Google’s Inbox Smart Reply niet de juiste antwoordsuggesties geeft, zijn mensen er ontzettend snel klaar mee en zo kan ik nog heel veel meer voorbeelden noemen.Daar ligt ook meteen de uitdaging voor technologiebedrijven komend jaar. Met de opkomst van het Internet of Things en de nog steeds doorgroeiende hoeveelheid data die er over ons wordt verzameld, groeien ook de kansen om ons leven makkelijker te maken met kunstmatige intelligentie, maar dan moeten de producten en diensten ook echt werken.De afgelopen jaren zagen we dingen waar we ons over verbaasden dat ze mogelijk zijn, maar over het algemeen blijken de diensten en systemen toch te dom om echt het verschil te maken. En dat zal in 2016 niet in één keer anders zijn.

Robots

Wie kunstmatige intelligentie zegt, zegt automatisch robots. Onze grote belofte voor de toekomst en tegelijkertijd onze grote angst. Gaan we die in 2016 op de markt zien komen? Ik denk het niet. En in 2017, 2018 en 2019 ook niet. Tenminste niet in de vorm die we verwachten.Eigenlijk veranderen namelijk alle apparaten die we hebben langzaamaan in robots met als ongekroonde koning de auto. De zelfrijdende auto’s die nu worden getest zijn eigenlijk de meest-geavanceerde robots die er nu zijn met als belangrijkste eigenschap: ze werken foutloos. Tenminste: er wordt alles aan gedaan om ze compleet foutloos te laten opereren, om ongelukken te voorkomen.Maar ook andere apparaten die we kennen veranderen in robots. De diverse Internet of Things-producten voor ons huis veranderen door slimme algoritmes uiteindelijk de ruimtes waarin we leven in robots. Zover is het overigens nog lang niet, komend jaar moeten die producten eerst eens leren om überhaupt centraal en gezamenlijk bediend te worden, voordat ons smart home echt smart kan worden.

Beschikbaarheid

De grootste indicator dat 2016 het jaar van de kunstmatige intelligentie gaat worden, is echter het feit dat verschillende bedrijven hun technologie beschikbaar hebben gemaakt voor de wereld. Facebook deed dat begin deze maand voor hun Big Sur-servers waar hun algoritmes op draaien. Google deed het met de broncode achter TensorFlow, waarop zelflerende algoritmes werken.Beide bedrijven maken hun technologie beschikbaar omdat ze uiteraard willen dat zij dé standaard ontwikkelen op dit vlak. En dat doe je door jouw technologie precies op het juiste moment open te gooien. Dit najaar was dat moment, 2016 is hetgeen dat daarop gaat volgen...

Source: NumRush

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn